grote machines in de polder

Dag allemaal...,

Ik ben Karel de Kabouter. Ik woon hier in het Lohmanpark. Ik ben een grondkabouter en ben boswachter van beroep. Willen jullie mijn verhaal eens horen ?                                  Zal ik jullie eens vertellen wat ik allemaal heb  meegemaakt ?  Ja ...?     

soms is het wel spannend hoor...  maar het is allemaal goed gekomen.

Want... ik woon hier nog niet lang, ik ben in de herfst 2021 hier gekomen.  Nee, ik woonde eerst in de grote polder. Daar ginds over de brug. Aan de andere kant van de grote weg. Daar was toen een lange bomenlaan en allemaal natuur. In greppels en bij sloten, in bomen en onder struiken had ik al mijn vriendjes wonen. We waren daar gelukkig, zorgde voor de polder, ruimde de rommel op.  Soms zagen we wel mensen, maar zij kwamen ook om planten te verzorgen. Voor de veiligheid gingen wij niet naar de weg, daar waren teveel auto's. Zij zijn groot en rijden hard, heel gevaarlijk voor ons. 

Nu heb ik vriendjes die durven veel. Daarom zijn zij de verkenners voor onze vriendengroep. Die kwamen met het verhaal dat er werkmannen door de polder liepen. Ze liepen met rood-witte stokken, er werden dingen gemeten en opgeschreven. Met een hamer werden er stokjes in de grond getimmerd...  Stiekem zijn we in de donker gaan kijken. Het was waar..., allemaal oranje stokjes in een lange rij, dwars door onze polder !

Eerst dachten wij dat er misschien een nieuwe sloot zou komen. Want door de regen op de autoweg, liepen er stukken van de polder onder water.  Maar dat hadden we mis !

Op een ochtend was er veel herrie in de polder. De verkenners zijn toen voorzichtig gaan kijken. Wat ze zagen, maakte hen niet blij. Grote machines trokken alle bomen, struiken, planten uit de grond. Een andere kraan maakte met een grote grijper gaten in de grond. Er waren vrachtwagens die brachten zand, grond of stenen. Er werden allemaal bergen gemaakt.  Een grote bulldozer maakte alles glad.  En zo verdwenen er heel veel vriendjes, holletjes, huisjes, gangetjes onder een dikke laag zand. 

Wij hoorde ze wel roepen, maar konden hen niet helpen...  Het waren allemaal grote machines, grote banden, grote bergen...., alles ging er onder kapot.

Toen we later gingen kijken zijn we verdwaalt. Want alle dingen die in de donker voor ons een wegwijzer waren, stonden er niet meer, ze waren verdwenen.

 

Het leek wel of er een bom was ontploft. Door de lampen van de rijksweg zagen we dat de natuur helemaal weg was en begrepen we dat het hier voor ons gevaarlijk terrein was geworden.

We zijn toen alle vriendjes langs gegaan om te waarschuwen. Heel veel dieren zijn toen een andere schuilplek gaan zoeken. Ook waren er die dachten veilig te zijn door zich nog dieper in te graven. Maar als de grote machines toch kwamen, merkte we dat je bij hen nooit veilig was. Alles wat onder hun banden kwam... alles wat in hun grijpers kwam, werd vermorzeld.

De laatste weken woonden wij in de slootkanten. Maar de machines duwde ons steeds dichter naar de grote weg. Als het zonnetje er was waren er aan de ene kant de graafmachines en aan de andere kant de grote weg met de duizenden auto's. En die rijden zo hard ... !

Als het maantje er was gingen we op verkenning uit.

We waren ongerust, we wilden graag vluchten, want de machines zouden ons ook opscheppen met hun grote grijparm. Drie keer dachten we een vluchtweg te hebben gevonden. Maar dan was er weer een machine die een groot gat maakte zodat we er niet meer door konden. De andere keer waren we op weg gegaan, maar kwamen we voor een torenhoge berg met zand te staan, die een vrachtwagen daar had neergegooid. Jullie vinden zo'n hoge berg waarschijnlijk prachtig en laten je ervan afrollen, maar het kost ons veel extra tijd en moeite om daarom heen te moeten lopen. Veel vriendjes waren moe en werden moedeloos. 

we hebben toen gepraat en hebben besloten dat iedereen een veilige vluchtweg zou zoeken. Er waren dieren met vleugels , er waren dieren met poten, iedereen zou zover mogelijk bij de polder weg gaan. De kruipende dieren zouden een veilig huisje zoeken naast de rijksweg. Want daar zouden de machines niet komen.

En zo is het gebeurt...  de mensen hebben het niet gemerkt, maar miljoenen dieren zijn er uit de polder gevlucht voor de aanleg van een nieuw bedrijventerrein, met allemaal nieuwe wegen, nieuwe gebouwen, zelfs nieuwe boompjes. En niemand kan het aantal dieren en natuur tellen, wat de machines daarvoor hebben kapot gemaakt.

Ik bleef als boswachter -zo lang als veilig was-, in de polder. Totdat het niet meer langer kon. Met de vriendengroep zaten we op een laatste eilandje, vlakbij de rijksweg. Als het maantje door de wolken scheen, zagen we de grote machines vlakbij staan. Als het zonnetje kwam zouden de werkmannen weer verder gaan. Mijn vriend Molly zei: wij moeten ook snel weg!  Het wordt hier veel te gevaarlijk voor ons, en... ik krijg ook honger. Maar... Ik heb een plan...!  En als het lukt zijn we veilig. We moeten over de brug, naar de andere kant !  Veel vriendjes hadden toen bezwaren, want er zijn altijd veel mensen op - en aan de overkant van de brug.

Maar mijn vriend heet niet voor niets : Molly de Mol.        Hij zegt : de brug is het gevaarlijkst, maar hier en aan de overkant zal ik een gang graven, we gaan gewoon onder de grond..!  En zo is het gebeurd...

Maar dat is een ander verhaal...  Tot later !